Rijkevoort: klein maar o, zo fijn

Een middagje jeu de boulen in Rijkevoort. Het zou een mens zo maar jaloers kunnen maken. Omdat ze mooie clubkleding hebben? Neu, hebben ze helemaal niet. Omdat ze beter kunnen boulen? Echt niet. Omdat ze zoveel leden hebben. Dacht ’t niet. Letterlijk citaat: ‘We zien mit nege man, as ze d’r allemol zien, mar dè is host nooit.”

Uitwisseling Rijkevoort1  Uitwisseling Rijkevoort2

Niets van dat alles dus. Nee, en toch stonden wij, negen Bokkeschieters in getal, even met de ogen te knipperen en met de oren te klapperen, toen we de jeu-de-boules-arena van Rijkevoort betraden. Wat een paradijsje. Klein, dat wel, maar o, zo fijn. Een bak met vier banen, heerlijk beschut, aan drie kanten omzoomd door keurig aangeharkt groen, inclusief zitmeubilair, en aan de voorkant geplaveid met leiblauwe tegels, die de weg openen naar het fraaie dorpshuis De Poel. Ook al zo’n juweeltje. Mooie zaal, comfortabele tafels en stoelen en een keuken, waar de eigenaar van menig driesterrenrestaurant het water van in de mond zou lopen. En natuurlijk overheerlijke koffie, niet uit een automaat, maar vers en vakkundig bereid. O ja, en ook nog twee biljarttafels, waar een paar Bokkeschieters tijdens de koffiepauze nog even met drie andere ballen mochten spelen.

Uitwisseling Rijkevoort4  Uitwisseling Rijkevoort3

Nog gebouled daarbuiten? Nou en of, tussen het gezellige gekeuvel door. De zon scheen uitbundig, de wieken van de Rijkevoortse molen keken geruisloos toe en over het dak van het dorpshuis heen sloeg ook het haantje op de toren van de St. Rochuskerk ons gade. En hij zag dat het goed was.

Wie er gewonnen heeft, wist na afloop eigenlijk niemand. Was ook niet belangrijk. Iedereen waarschijnlijk, want er waren aan het einde van de vrolijke middag alleen maar lachende gezichten. En aan de kant van De Bokkeschieters een paar jaloerse blikken. Rijkevoort, waarin een klein dorp groot kan zijn.